Oplossen taalbarrière bij vluchtelingen en statushouders

Door: admin | Geplaatst op: 18 sep. 2017

Oplossen taalbarrière bij vluchtelingen en statushouders

Voor een goede dienstverlening is het essentieel dat mensen elkaar verstaan en begrijpen. In sommige gevallen is daarvoor een tolk nodig. Instanties zoals Vluchtelingenwerk, gemeenten, IND, COA, politie, huisartsen, verzorgenden, maatschappelijk werk, scholen en Universiteiten maken gebruik van tolken. Hieronder wordt uiteengezet hoe de tolkdiensten gebruikt kunnen worden en worden enkele tips voor het werken met tolken aangereikt.

Oplossen taalbarrière bij vluchtelingen en statushouders

Voor een goede dienstverlening is het essentieel dat mensen elkaar verstaan en begrijpen. In sommige gevallen is daarvoor een tolk nodig. Instanties zoals Vluchtelingenwerk, gemeenten, IND, COA, politie, huisartsen, verzorgenden, maatschappelijk werk, scholen en Universiteiten maken gebruik van tolken. Hieronder wordt uiteengezet hoe de tolkdiensten gebruikt kunnen worden en worden enkele tips voor het werken met tolken aangereikt.

Welke oplossingen zijn er?

Om de taalbarrière op te lossen zijn er twee mogelijkheden: een tolk op locatie of een telefonische tolk.

  1. Tolk op locatie
    Een tolk op locatie is prettig als het gesprek langer dan 30 minuten duurt en/of waar het belangrijk is om de non-verbale communicatie mee te nemen in het gesprek. De tolk vertaalt na iedere zin of kort verhaal.
  2. Telefonische tolk (tolkentelefoon)
    Hierbij kan de tolk via een luidsprekertelefoon vertalen. Wilt u zien en horen hoe de tolkentelefoon werkt? Bekijk het filmpje over de Tolkentelefoon van Tolken Select:

Bij telefonische tolkdiensten heeft u twee mogelijkheden, u kunt vooraf een tolk reserveren of u belt ad hoc in.

De keuzemogelijkheden worden grotendeels bepaald door het type gesprek, zoals in dit schema te zien is:

inzet_tolk_statushouders_vluchtelingen.png

Tip: De tolkentelefoon is in te zetten met een telefoontoestel met de mogelijkheid om 'handenvrij' te telefoneren. Hierbij hoeft u niet steeds de hoorn aan de hulpverlener door te geven. Elk woord dat wordt gezegd is zowel voor de tolk, als voor degene(n) die aan het gesprek deelnemen goed en duidelijk verstaanbaar.

Voorbereiding

  • Weet welke taal uw deelnemer/patiënt/cliënt spreekt
  • Zorg voor een rustige omgeving
  • Maak gebruik van een (vaste) telefoon met goede speakerfunctie. Test dit bij voorkeur vooraf
  • Informeer uw gesprekspartner(s) over de werkwijze met een tolk
  • Zorg dat u een lijstje met de belangrijkste vragen paraat hebt

Het voorgesprek

  • Informeer de deelnemer(s) over de inzet van de tolk en het waarom
  • Licht het doel van het gesprek toe
  • Zijn er emoties/bijzondere situaties?
  • Worden er stukken voorgelezen?
  • Geef een korte samenvatting indien nodig

Tip: Indien uw gesprekspartner aangeeft Nederlands te spreken, is het toch wenselijk een tolk in te schakelen om miscommunicatie te voorkomen.

Het gesprek via de tolkentelefoon

1. Introduceer de tolk bij de gesprekpartner(s) en vice versa

2. Houd de regie in handen*

3. Indien er stiltes vallen, geef dan aan waarom

4. Houd oogcontact met uw gesprekspartner(s) en niet met de telefoon

5. Vermijd vakjargon en afkortingen en gebruik korte zinnen

6. Las steeds tijdig een pauze in zodat de tolk adequaat kan vertalen

7. Richt u niet tot de tolk met uw vragen, maar direct tot uw gesprekspartner(s)**

8. In geval van (communicatie)ruis, geef dit dan meteen door aan de tolk

9. Weet dat de tolk niet ongevraagd een mening mag geven

10. Rond het gesprek af

11. Geef een korte samenvatting, is alles begrepen?

12. Verbreek de verbinding

Het gesprek via een tolk op locatie

1. Introduceer de tolk bij de gesprekpartner(s) en vice versa

2. Houd de regie in handen*

3. Zorg voor een rustige omgeving

4. Een opstelling van de tolk-begeleider en de cliënt/ klant bij voorkeur in een driehoeksopstelling

5. Vermijd vakjargon en afkortingen en gebruik korte zinnen

6. Las steeds tijdig een pauze in zodat de tolk adequaat kan vertalen

7. Richt u niet tot de tolk met uw vragen, maar direct tot uw gesprekspartner(s)**

8. In geval van (communicatie)ruis, geef dit dan meteen door aan de tolk

9. Weet dat de tolk niet ongevraagd een mening mag geven

10. Rond het gesprek af

11. Geef een korte samenvatting, is alles begrepen?

* Indien cliënt/patiënt in eigen taal een gesprek aangaat met de tolk, onderbreek dit dan. De tolk zelf moet dit overigens ook onderbreken en uitleggen dat het gesprek via u verloopt.

** U hoeft zich niet tot de tolk te richten met vragen als “kunt u vragen of…”. De tolk is geen gesprekspartner. U voert het gesprek direct met uw patiënt/cliënt. Ondertussen zorgt de tolk voor een adequate vertaling aan beide kanten.